Thomas Houseago – Giant, Giant (2010)

 

De menselijke figuren van Thomas Houseago (1972, Leeds, woont en werkt in Los Angeles) worden vaak gekenmerkt door een zekere monumentaliteit. Het werk dat Houseago in Lustwarande ‘11 presenteert, Giant, Giant, refereert qua naam met een knipoog naar deze typerende eigenschap en is wat schaal betreft inderdaad indrukwekkend en krachtig. Dit karakter wordt echter teniet gedaan door de materiële wijze waarop het beeld is opgebouwd, de lichaamshouding en de gezichtsuitdrukking van de figuur.

 

Waar het klassieke monument een herinnering vormt aan het verleden, is Houseago’s werk noch ter ere of nagedachtenis van een held of historisch feit, noch voor de eeuwigheid gemaakt. Spelend met de geschiedenis van de beeldhouwkunst, heeft hij in de afgelopen tien jaar een geheel eigen beeld- en vormtaal ontwikkeld, waarmee hij aansluit bij een recente opleving van bepaalde sculpturale tradities en de herintroductie van het figuratieve in de beeldhouwkunst. Uiteenlopende referenties naar de modernistische sculptuur, van Umberto Boccioni, Henry Moore tot Pablo Picasso, worden in zijn werk gecombineerd met klassieke vormen en mythologische thema’s.

 

Ook in Giant, Giant zijn die referenties terug te vinden. Een reusachtige gestalte in wit gips van enkele meters hoog houdt het midden tussen een mythologische bewoner van het park en een monument in de openbare ruimte. Het werk heeft een zeker schetsmatig karakter, dat in de houtskooltekeningen op het gezicht en de achterkant van de figuur letterlijk terug komt. Het hoofd bestaat uit een ruwe gipsen plaat met de tekening van een grof mannengezicht met baard en ingevallen wangen. Het doet denken aan een oude, eenzame man, terwijl de ogen en opgetrokken wenkbrauwen verwijzen naar Afrikaanse Fang maskers. Licht voorover gebogen, met zijn hoofd tussen zijn schouders, verraadt de pose van deze witte reus een zekere onbeholpenheid, alsof het gewicht van zijn materiële en culturele geschiedenis zwaar op zijn schouders rust.

 

Het werk is op de inmiddels typische ‘Houseago-manier’ opgebouwd. Oorspronkelijk gemaakt uit gipsen platen en in gips gedoopt jute over een metalen skelet is het beeld in brons gegoten en wit geverfd. De drie versies die van dit werk gegoten zijn krijgen door hun verschillende tekeningen een uniek karakter. Het creatieproces wordt grotendeels onthuld door de zichtbaarheid van de constructie. Zo zijn de metalen pinnen waarmee de torso aan de ledematen en het hoofd is verbonden duidelijk zichtbaar. Enkele ledematen hebben hun skeletachtige vorm behouden en steken plat af tegen de andere gespierdere en stevige ledematen. Het is deze breuk met – en het spel tussen – het twee- en driedimensionale dat maakt dat de figuur als een door elkaar gemengd displaymodel overkomt. Verschillende perspectieven worden in een enkel beeld opgenomen, alsof de maker vergeten is van welke kant het beeld in zijn geheel zou moeten worden aanschouwd. De sculpturale principes van volume, vorm en materie worden daarmee als het ware blootgelegd.

 

De figuren van Houseago raken aan existentiële menselijke emoties van angst, maar ook aan de wil tot overleven. De levenloze materie lijkt een zekere kracht en energie te bezitten, die de aanwezigheid van deze figuur in het park haast voelbaar maakt. De kwetsbaarheid en kracht, het schetsmatige en statueske, creëren de voor Houseago zo kenmerkende dubbelzinnigheid. Giant, Giant is een monument voor de antiheld, tegelijkertijd klassiek en eigengereid.

 

Laurie Cluitmans