Sandro Setola – Untitled (House) (2011)

 

Tijdens zijn eerste solotentoonstelling, vorig jaar in Museum Beelden aan Zee in Schevingen, liet Sandro Setola (1976 Heerlen, woont en werkt in Rotterdam)

het werk Reservaat (2009) zien, een immense muur die in een cirkel was gebouwd met een grillig reliëf, zonder enige opening. Precies in het midden van de cirkel draaide een camera op statief langzaam rond. Dit resulteerde in een projectie van een naargeestig bouwwerk van onduidelijke schaal, dat nooit eindigde, en in een eindeloze loop dezelfde reliëfs en schaduwen liet zien. De muur deed denken aan de Berlijnse muur, aan die in Israël, en alle andere muren en hekken die zijn opgericht om mensen van elkaar te scheiden. Het was ook het beeld van de zogenaamde gated communities, bekend van landen als Zuid-Afrika en Saoedi-Arabië, waar de rijken zichzelf opsluiten, veilig afgeschermd van de boze buitenwereld. Op indringende wijze wees Setola op het grimmige karakter van dergelijke bouwwerken en de bijna onmenselijk hoge prijs die wordt betaald voor (schijn-)veiligheid.

 

In zijn tekeningen, films en ruimtelijke werk houdt Setola zich bezig met de stedenbouwkundige en architecturale omgeving en de invloed daarvan op het individu. Zijn werken zijn vaak kritische statements over de bebouwde omgeving en hebben steeds terugkerende thema’s als isolatie, expansie, verval en transformatie. Setola constateert een discrepantie tussen een in zijn ogen ideale en de feitelijke situatie, die hem inspireert tot het verbeelden van zijn eigen ideeën over behuizing en bebouwing. Zijn bezwaar tegen de gangbare architectuur betreft het definitieve karakter ervan. Dat strookt niet met de dynamiek en de veranderlijkheid van het leven. Gebouwen zouden zich eigenlijk moeten ontwikkelen en moeten groeien, net zoals organismen in de natuur dat doen. Het vertrekpunt van zijn kunst is altijd de natuur, of preciezer: natuurlijke processen. Eén van zijn voorstellen voor experimentele architectuur betreft de schelpvorm. In tekeningen en sculpturen komt deze herhaaldelijk terug. De schelp is het huis van een weekdier – Setola titelt de werken toepasselijk Beachhouse – maar op hetzelfde moment organisch materiaal dat groter wordt, zij het heel traag. De schelp verleent het dier stevigheid, beschermt het tegen allerhande uitwendige invloeden én groeit tijdens het leven met het weekdier mee. Dat maakt de schelp tot een ideale woonomgeving.

 

De schelpenhuizen, en dat geldt evengoed voor andere gebouwen en omgevingen die Setola tekent en bouwt, zijn uiteraard niet functioneel – vaak niet eens praktisch uitvoerbaar. Ze leveren commentaar op de bestaande stedelijke leefomgeving en –omstandigheden of geven expressie aan Setola’s utopische architectuur.

Voor Lustwarande ’11 bouwde Setola een huis, van zo’n acht meter lang en vijf meter hoog, in de stijl van Amerikaanse pionierswoningen. Hij gebruikte het hout van net gekapte bomen uit De Oude Warande. Ook dit huis heeft geen openingen. Ruwhouten planken zijn over de hele oppervlakte doorgetrokken. Het was alsof het huis was dichtgegroeid door de bomen van het bos. Enerzijds was het op die manier in harmonie met zijn natuurlijke omgeving. Anderzijds zinspeelt Setola ook met dit dichtgetimmerde huis weer op het extreem doorgevoerde protectionisme van de moderne mens dat hem vervreemdt van zijn medemens.

 

Manon Braat