Rebecca Warren – Large Concretised Monument to the Twentieth Century (2007)

 

Omdat het beeld op een vrij hoge sokkel staat wordt alle aandacht in eerste instantie volledig naar de monstrueuze voeten getrokken. Boven die immens logge gevaarten verrijst een vrij ranke figuur met dunne uitgestrekte armen en buitenproportioneel grote ronde vormen die voor borsten en billen doorgaan. De manshoge bronzen sculptuur is van Rebecca Warren (Londen, 1965, woont en werkt in Londen). Met de titel Large Concretised Monument to the Twentieth Century (2007) verwijst zij naar de 20e eeuwse beeldhouwkunst; Warren gebruikt vaak specifieke beelden van beroemde voorgangers als Boccioni, Rodin, Degas en Picasso als inspiratiebron voor haar sculpturale werken. Herkenbare elementen worden afgewisseld met compleet amorfe vormen, maar in de meeste sculpturen van Warren tekent het vrouwelijk naakt zich onmiskenbaar af, een onderwerp dat zo oud is als de kunstgeschiedenis. Warren speelt nadrukkelijk met alle clichés die met het genre geassocieerd worden, vergroot ze uit of werpt ze omver. Gezichten zijn er niet, waarschijnlijk om de aandacht niet af te leiden van de opgeblazen vrouwelijke rondingen, poses zijn uitdagend en overal op het lichaam duiken tepels op. Op Large Concretised Monument to the Twentieth Century zitten er twee op de wreven van de voet.

 

Op kritische maar tegelijkertijd humoristische wijze positioneert Warren zich in de figuratieve beeldhouwkunsttraditie die voornamelijk een mannelijke is. Niet alleen oude meesters van de beeldhouwkunst, ook meer hedendaagse kunstenaars worden door Warrens sculpturen in herinnering geroepen. De meest sprekende voorbeelden daarvan zijn fotograaf Helmut Newton en striptekenaar Robert Crumb. Zij worden letterlijk geciteerd, en samengevoegd, in het werk Helmut Crumb uit 1998 waarmee Warrens naam internationaal gevestigd werd. Het is een beeld van twee paar benen en blote billen van achteren bezien, dat refereert aan de talrijke seksueel getinte weergaven door beide kunstenaars van deze lichaamsdelen van vrouwen. Het is de wellustige blik van de man die Warren bedient en parodieert. Helmut Crumb is, zoals zoveel van haar beelden, gemaakt van ongebakken klei. Deze zelfdrogende klei is een flexibel materiaal, je kunt het langdurig blijven aanpassen en veranderen. Zo zien Warrens sculpturen er ook uit, alsof ze nog niet definitief maar vlug, haast als schets, gemaakt zijn, zonder vooraf uitgedachte vorm. De niet-doorwerkte beelden van haar vaak groteske vrouwen staan op sokkels of op plateaus op wielen. De ongebakken klei geeft ze een vitaal maar ook onstabiel uiterlijk en zeker de hoge werken zien er soms uit alsof ze elk moment in elkaar kunnen zakken. Sterk contrasterend daarmee is het onverwoestbare brons waaruit de sokkels onder de beelden veelal bestaan. Evengoed als in haar benadering van het onderwerp gaat Warren dus ook in haar praktische werkwijze met traditionele sculpturale conventies aan de haal en creëert ze een geheel eigen beeldtaal voor een ultiem klassiek genre.

 

Behalve sculpturen van ongebakken klei en brons maakt ze ook wandinstallaties die bestaan uit vitrinekasten van hout. In tegenstelling tot de sculpturen, die een losse hand suggereren, zijn hierin allerlei objecten die ze in en rond haar studio vindt met de grootste zorgvuldigheid gearrangeerd: van knuffelbeestjes tot bierflessen en stukjes neonbuis. De uitgestalde spullen hebben een voor Warren heel persoonlijke betekenis. Volstrekt anders in verschijningsvorm en concept dan haar sculpturale werk, en met titels als I love the sound of breaking glass die verwijzen naar films en popliedjes, maken ze Warrens veelzijdigheid als kunstenaar duidelijk.

 

Manon Braat