What the fuck… (2010)

 
Peter Buggenhout – Ongewerveld
 
Rauw en ongepolijst zijn de sculpturen van Peter Buggenhout (Dendermonde, 1963, woont en werkt in Gent). Tegelijkertijd ogen ze kwetsbaar en vergankelijk. Ze zijn gemaakt van ‘verachtelijke’ materialen, spullen die geen functie of betekenis meer hebben en waarvan men zich het liefst ontdoet: bouwafval, verpakkingsmateriaal, afgedankte mallen, lappen plastic, gerafeld textiel maar ook paardenhaar, bloed, koeienmagen en huisstof.
 
In de bakstenen gang van Museum De Pont staan enkele van Buggenhouts sculpturen opgesteld op glazen tafels met een strak, ijzeren onderstel. De heftigheid van de werken contrasteert met de koele presentatie. De grote installatie in de centrale tentoonstellingsruimte is een ontzagwekkende constellatie van versneden en onherkenbaar geworden materialen, die schuilgaan onder een dikke laag huisstof. Afstand nemen is onmogelijk. De installatie ontvouwt zich in vele aanzichten en details, maar greep op de vorm krijgt men niet.
 
The Blind Leading the Blind noemt Buggenhout zijn ‘stofbeelden’ waartoe ook deze installatie behoort. Die titel is ontleend aan een beroemd schilderij van Pieter Brueghel, waarop een groepje blinden elkaar probeert te volgen, zonder te weten waar ze zich bevinden of naar toe gaan.
 
“De onvoorspelbaarheid van de werkelijkheid is mijn belangrijkste fascinatie” stelt Buggenhout. Van die ongrijpbaarheid is hij niet alleen doordrongen als het gaat om dramatische gebeurtenissen als natuurgeweld of oorlogen, ook in het leven van alledag volgt de werkelijkheid zijn ondoorgrondelijk spoor, de illusie dat we ons bestaan onder controle hebben ten spijt. Veeleer dan bewuste en geplande ingrepen, verleent de dynamiek van groei en ontbinding, constructie en destructie de werkelijkheid zijn nooit voltooide en onverklaarbare vorm. Buggenhout heeft dat gegeven tot vormgevend principe gemaakt van zijn kunst. Zijn sculpturen zien er niet uit alsof ze zijn gemaakt, maar alsof ze zich hebben gevormd onder invloed van conflicterende krachten. Zelf vergelijkt hij dit ontstaansproces van zijn sculpturen met de manier waarop de huiszwam zich meester maakt van de materie, deze aanvreet en zich steeds verder naar alle kanten vertakt. Het kunstwerk is voltooid wanneer de verschillende materialen elkaar gevonden hebben in een gespannen evenwicht.
 
Behalve de vorm draagt ook de aard van het oppervlak sterk bij tot het specifieke karakter van de sculpturen. In de ‘stofbeelden’ zijn de vormen bedekt met een dikke laag stof. Het licht streelt de matte zachtheid van de huid en maakt de welvingen van het geaccidenteerde oppervlak zichtbaar. Paradoxaal genoeg plaatst het weefsel van grauwe pluizen en draden de sculpturen op een snijpunt in de tijd. Onder het neergedaalde stof gaan vormen schuil die verhalen van een turbulent verleden. Tegelijkertijd benadrukken de broze stofformaties de vluchtigheid van het moment en dragen zij een volgende metamorfose al in zich.
 
Peter Buggenhout begon zijn kunstenaarschap als schilder. Zijn aandacht voor de huid van de beelden laat zien dat hij dat in zekere zin is gebleven. Dat hij ruim tien jaar geleden stopte met schilderen en zich op de sculptuur richtte, kwam voort uit zijn behoefte om los te komen van iedere vorm van representatie. De sculpturen willen op niets anders lijken dan op zichzelf. Ze stellen niets voor. Ze zíjn iets: brokken materie, gevormd tijdens processen met een open einde. Buggenhout confronteert de kijker met een rauwe werkelijkheid, een werkelijkheid die zowel afstoot als fascinatie oproept.
 
Hanneke de Man
 
De Pont Museum als extra venue van Lustwarande ’11 – Raw
 
28 mei – 18 september 2011