Moniek Toebosch – Erasing & recovering on a Saturday afternoon (2011)

 

Moniek Toebosch (Breda, 1948 – Herk-de-Stad (B) 2012) was zonder twijfel de leading lady van de Nederlandse performancekunst. Sinds het eind van de jaren zestig maakte ze naam met interdisciplinaire, tijdelijke projecten in de openbare ruimte, maar ook in musea, theaters en via de Nederlandse televisie – haar vertolking van Wagners aria Liebestod werd in 1983 live uitgezonden. Met haar interdisciplinaire benadering was Toebosch van invloed op een jongere generatie kunstenaars en theatermakers. Bekendheid bij een groter publiek verwierf Toebosch met haar muziektheatersolo Ze zeggen dat ze zingt / They say she’s a singer (1978), en later met Aanvallen van Uitersten in 1983, een controversiële serie van vier televisieprogramma’s die ze maakte voor de VPRO en waarbij zij het publiek kennis liet maken met op dat moment nieuwe stromingen in de beeldende kunst, muziek, theater, dans en letteren (van onder anderen Marina Abramovicz en Ulay, Rosas, Glenn Branca, Harrie de Kroon, Jules Deelder). Maar het bekendste werk van haar is ongetwijfeld het meerjarige project Engelen, een geluidsinstallatie die tussen 1994 en 2000 uitsluitend te beluisteren viel via de autoradio op de Houtribdijk tussen Enkhuizen en Lelystad, midden in het IJsselmeer.

 

Behalve performer en beeldend kunstenaar was Toebosch ook regisseur, actrice, musicus en zangeres. Ze speelde in verschillende films van de underground filmmaker Frans Zwartjes en met Michel Waisvisz maakte ze talloze muziektheaterproducties. Ze is docent geweest aan verschillende kunstopleidingen, waaronder de Gerrit Rietveld academie en De Rijksakademie, en ze was van 2004 tot 2008 directeur van het instituut DasArts, een masteropleiding voor theater, eveneens in Amsterdam.

 

De enorme veelzijdigheid van de persoon Toebosch is ook binnen haar beeldende oeuvre evident. Ze maakte tekeningen, objecten, installaties, foto’s, video’s en films, recentelijk nog De Strijkrol (2010), waarin Toebosch alias Paul Rubens achtentwintig minuten lang heel zorgvuldig linnengoed strijkt en vouwt. Het werk werd gedeeltelijk ingegeven door de medicijnen die ze slikte om haar ziekte (longkanker) onder controle te houden. Werk van haar is regelmatig in de Nederlandse musea te zien en bevindt zich eveneens op talloze plekken in de openbare ruimte.

 

Voor haar bijdrage aan Lustwarande ’11 zette Toebosch tijdens de opening op 25 juni een heuse olifant in, die ze op z’n Indiaas berijdt, gekleed in een lange witte jas en sexy laarzen. Achter de olifant hing een eg, waarmee een spoor over een aantal paden van De Oude Warande getrokken werd. Toebosch begon haar majesteitelijke tocht direct na de officiële opening van Lustwarande ’11 onder muzikale begeleiding van Arvo Pärts Arbos.

De performance is geïnspireerd op Toebosch’ bezoek als kind aan de dierentuin die destijds een deel van De Oude Warande besloeg. Maar ook verwijst ze met deze performance naar de zogenaamde fêtes galantes die in de tijd waarin het park ontstaan is, de Barok, gehouden werden. Daarbij werden niet zelden exotische dieren gepresenteerd die nooit eerder in Europa te zien waren geweest. De titel, Erasing & Recovering on a Saturday afternoon, is een verwijzing naar het nummer Lazing on a Sunday Afternoon (1975) van Queen.

Met deze ingreep, die even monumentaal was als ze zinloos leek, wiste Toebosch als het ware haar verleden en herstelde het tegelijkertijd weer, vergelijkbaar met het afbranden van een oude verflaag om die vervolgens te vervangen door een nieuwe, met een open einde, als het leven zelf.

 

Manon Braat