Michaël Aerts – Axis Mundi (2011)

 

De thematiek van Michaël Aerts’ werk omspant het complete culturele erfgoed. Het materiële erfgoed wel te verstaan: bouwsels die door vorige generaties zijn gebouwd en monumentale waarde hebben gekregen. Die monumenten zijn de symbolische dragers van macht, geloof en cultuur van een specifieke plek, in een bepaald tijd. Maar de 21e eeuwse mens die de wereld rondreist en in aanraking komt met de symboliek van andere tijden en culturen, begrijpt haar vaak niet goed. Denk aan het boeddhabeeld dat tegenwoordig veelvuldig op vensterbanken of in tuinen is te vinden en wordt geassocieerd met een zekere spirituele levenshouding. Het heeft met de oorspronkelijke functie van het beeld weinig te maken.

 

Michaël Aerts (Dendermonde (België), 1979, woont en werkt in Dendermonde en Gent) is gefascineerd door dat gegeven: als symbolen veranderen van plaats, verandert ook hun betekenis. In zijn werk gebruikt hij bekende, archetypische vormen en onderzoekt de iconische waarde die ze in een hedendaagse context hebben. Niet voor niets speelt de obelisk een prominente rol in zijn objecten, sculpturen, installaties en daaraan gerelateerde tekeningen. De obelisk was het eerste mobiele monument. Het is een Egyptisch bouwwerk dat door de Romeinen uit Egypte werd gehaald en naar Rome werd gebracht. Iedereen kent de typische langwerpige bouwsels die in Europa maar ook daarbuiten op centrale plekken in de stad prijken. Wat de exacte betekenis van het monument voor de Egyptenaren was, is niemand bekend. Behalve op de obelisk baseert Aerts zich ook vaak op het borstbeeld en de tempel. Hij voert zijn ruimtelijke werk vaak uit in flight case-materiaal, dat doorgaans gebruikt wordt voor transport van bijvoorbeeld muziekinstrumenten, of plaatst beelden bovenop handgemaakte varianten van dergelijke kisten. Dat laatste is bijvoorbeeld het geval bij het werk Louis Tunes (2008): een traditionele Louis XIV-buste waarin twee speakers zijn verwerkt. Aerts geeft hier een eeuwenoud beeldhouwwerk een mobiel en hedendaags karakter en benadrukt zowel de fysieke verplaatsing van een monument als de verschuiving van de betekenis ervan.

 

In Aerts doorwerkte tekeningen van gesso, acrylverf, potlood, inkt, krijt en vernis in overwegend zwart- en grijstinten zijn herkenbare elementen uit de kunstgeschiedenis en het alledaagse leven door elkaar verwerkt. Omdat ze uit hun context zijn gehaald, hebben ze een vervreemdend effect. Daarmee sluiten ze aan bij de traditie van typisch Belgische surrealistische kunst, van Magritte tot Delvoye. Tegelijkertijd doen ze door hun theatrale karakter barok aan, iets wat evenzeer geldt voor Aerts’ objecten en installaties. Terugkerende elementen in de tekeningen zijn zwart-wit geblokte oppervlakken, rotslandschappen, antieke medaillons, oogballen en paddenstoelen, vaak in de vorm van het mannelijk geslacht. Die fallussymboliek – die ook in Aerts’ ruimtelijke werk zit – verwijst naar de patriarchale maatschappij waarin we leven en het machtsvertoon van mannelijke heersers dat vaak uit oude monumenten en beelden spreekt.

 

Voor Lustwarande ‘11 maakte Aerts Axis Mundi (2011): een landschap van objecten die in de hem vertrouwde materialen zijn gemaakt: hout, gechromeerd zilver, bladzilver en hoogglanslak. Op een as bevinden zich op gelijke afstand van elkaar drie sculpturale elementen: een plateau in de vorm van een trapezium, een vervormde en aangevreten naald en tenslotte drie zuilen die in een halve cirkel zijn geplaatst. In dit werk neemt Aerts het motief als vertrekpunt. Op het trapezium gaat het om het hokjesmotief – veelvuldig in de schilderkunst gebruikt. Een zwart-zilver blokkenpatroon wordt als een tweedimensionale perspectiefweergave op het driedimensionale object aangebracht, waardoor een vervreemdend beeld ontstaat. De obelisk-achtige naald en de zuilen zijn voorzien van een ander, oeroud archetypisch motief, dat van de streep. Het wordt op vergelijkbare wijze aangebracht: steeds smaller toelopend, precies zoals perspectief op een tweedimensionaal vlak wordt gesuggereerd. Axis Mundi, kortom, is een buitengewone compositie van iconische objecten met het voorkomen van een schilderkunstige studie in perspectief, in de woorden van de kunstenaar zelf “futuristische archeologie”.

 

Manon Braat