Mark Manders – Iron Figure (2011)

 

Mark Manders (Volkel, 1968, woont en werkt in Arnhem en Ronse, België) vindt het een voorrecht kunstenaar te mogen zijn. Kunst heeft immers geen praktisch nut en toch mag ze bestaan, naast de alledaagse echte wereld. Toen Manders ruim twintig jaar geleden ervoor koos kunstenaar te worden, besloot hij de ruimte die hem werd geboden dan ook volledig te benutten om zijn eigen universum vorm te geven. Dat was het begin van Manders zelfportret als gebouw: een denkbeeldige plek waarin zijn gedachten, dromen en herinneringen gestalte krijgen. Manders oeuvre is een continue work-in-progress. Elk kunstwerk kan zelfstandig functioneren maar is ook onderdeel van een samenhangend geheel.

 

Manders maakt tekeningen, sculpturen, films en gedichten maar is het meest bekend van zijn installaties: sculpturale stillevens van herkenbare objecten die in raadselachtige composities bij elkaar zijn geplaatst. Room with Chairs and Factory (2002-2008) bijvoorbeeld, onlangs door het Museum of Modern Art in New York aangekocht, bestaat uit twee industriële schoorstenen die oprijzen uit een eettafel waaraan een liggende menselijke figuur is verbonden. De samenhang tussen de verschillende vormen is onduidelijk en het is aan de toeschouwer zijn eigen associaties te maken en betekenissen aan het werk te geven.

 

Bepaalde elementen keren veelvuldig terug in Manders complexe en fantasievolle installaties, zoals menselijke figuren, dieren, maar ook meubilair, zoals stoelen en tafels. Al zien sommige voorwerpen eruit alsof ze zo uit de winkel of van de straat zijn gehaald, alles wordt eigenhandig door de kunstenaar gemaakt. Daarvoor gebruikt hij uiteenlopende materialen waaronder hout, ijzer, touw, zand, klei en epoxy. Vaak steken de beelden ingenieus in elkaar, en worden ze in balans gehouden door middel van touwen of zorgvuldige gewichtsverdeling.

 

De keuze om alles zelf te maken, is cruciaal voor Manders’ kunstenaarspraktijk. Zijn werken reflecteren talloze gedachten die als het ware allemaal, tegelijkertijd naast elkaar bestaan. De mooiste eigenschap van kunst vindt Manders de mogelijkheid de tijd stil te zetten. Verwijzingen naar specifieke data of locaties, die ready-mades doorgaans nou eenmaal in zich dragen, vermijdt hij dan ook. In dat licht moet ook de zelfgemaakte krant worden gezien die Manders regelmatig in zijn installaties gebruikt. De krant is volgeschreven met Engelse woorden in volstrekt willekeurige volgorde en bevat foto’s van het stof in Manders’ atelier – het is kortom een tijdloos document.

 

Voor Lustwarande ’11 creëerde Manders een gietijzeren figuur, met één been, die op een gespannen manier op een ijzeren stoel balanceert: de bovenrug steunt op de zitting, het hoofd rust in een ongemakkelijke knik tegen de leuning. De figuur is mansgroot maar lijkt onrealistisch langgerekt. Dat komt door het uitgestrekte been maar ook door de stoel die is opgeblazen tot 120 procent. Mark Manders vergroot en verkleint zijn objecten veelvuldig. Daardoor maken ze toeschouwers extra bewust van hun lichaam in relatie tot de omgeving. De schaalverandering is altijd beperkt – meer voelbaar dan zichtbaar en werkt daardoor vervreemdend. De figuur, bekend van veel andere werken van Manders, lijkt op een Kourosfiguur: een sculptuur van een naakte jongeman uit de klassieke Griekse beeldhouwkunst. Manders verwijst hiermee naar één van de oudste vormen van de mens om zijn evenbeeld te scheppen, een soort oerbeeld, en daarmee naar zijn opvatting van kunstenaar, die een tijdloze allesomvattende gedachtenstroom in zich herbergt.

 

Manon Braat