Lara Favaretto – Vanishing Point (2011)

 

Amamiya and Sasayama, Bobby and Laura, Harold and Maude, Kelly and Griff, Maria and Felix, Shirley and Cyril, Stephanie and Sabrina. Het is de titel van de installatie die Lara Favaretto (Treviso, 1973, woont en werkt in Turijn) in 2009 voor de Sharjah Biënnale maakte. Het werk bestaat uit fel gekleurde borstels uit een wasstraat, tegen een metalen plaat gemonteerd. Gegroepeerd in paren, levensgroot, in roze, groen, blauw en oranje, draaien de borstels met wisselende snelheden automatisch in de rondte. Ook zonder de namen worden ze als personages in een visueel spektakel. Het vrolijke karakter van de installatie heeft echter een keerzijde: de borstels slijten de metalen platen waaraan ze zijn bevestigd langzaam uit en kondigen daarmee hun eigen einde aan.

 

Favaretto noemt haar installaties en sculpturen ook wel Macchine del divertimento (vermaakmachines), een toepasselijke naam die niet alleen verwijst naar hun non-productieve en non-functionele karakter, maar ook naar hun carnavaleske eigenschappen. Op speelse wijze brengt ze de magische fantasie tot leven, die het carnaval kenmerkt, waarin het leven ondersteboven wordt gekeerd en het alledaagse ritme wordt uitgesteld. Toch grenst haar werk aan het tragikomische, door de vergankelijkheid van de mechaniek in bovengenoemd werk, of door de gebruikte materialen, zoals confetti. Solo se sei mago (Alleen als je een tovenaar bent, 2006), bijvoorbeeld, bestaat uit een kubus van 100 kilo witte confetti, die echter met elk briesje wind een deel van zijn vorm verliest. De aanvankelijk minimalistisch aandoende sculptuur erodeert en verspreidt zich langzaam. De feestelijke associaties van de confetti worden verbonden aan een hedendaags memento mori. Haar werk is eindig, net zoals haar invloed als kunstenaar op dat werk, lijkt Favaretto te stellen.

 

Ook in het werk dat Favaretto voor Lustwarande ‘11 maakte wordt de dubbelzinnigheid tussen het magische en ideeën van verval en het uiteindelijke verdwijnen centraal gesteld. In de ogen van Favaretto wordt de Oude Warande een plek vol sporen van een verloren verleden. Op een minder begaan gedeelte van het park plaatste ze verspreid vijf betonnen sculpturen, die de afdruk van een menselijk lichaam dragen: twee ellebogen lijken op een blok te hebben gesteund, ergens anders lijkt iemand achterover leunend een pauze te hebben genomen, of lukraak zijn handen op het blok te hebben geplaatst. Het werk verwijst naar de traditie van de Arte Povera en naar kunstenaars zoals Giuseppe Penone die in 1968 bijvoorbeeld de stam van een boom omarmde en zijn contouren met ijzerdraad markeerde. Naarmate de boom groeide, raakte Penone’s lichaam ingekapseld als een litteken. De afwezigheid van het menselijk lichaam wordt getoond door de achtergelaten sporen en in het geval van Favaretto zijn die sporen negatieve ruimte. De menselijke afwezigheid wekt de suggestie van een ruïne. Net zoals ruïnes een restant zijn en hun totaliteit uitdragen via het virtuele, vormt de negatieve ruimte de suggestie van menselijke aanwezigheid. In plaats van te wijzen op het uiteindelijke verval, waar Favaretto’s werk doorgaans toe leidt, plaatste ze in Lustwarande ‘11 het verdwijnen zelf op een sokkel.

 

Laurie cluitmans