Jim Lambie – Tomorrow Never Knows (2011)

 

Het meest bekend is Jim Lambie (1964, Glasgow, Schotland, woont en werkt aldaar) van zijn vloeren, de zogenaamde Zobops. Talloze gallerie- en museumvloeren in Europa en de Verenigde Staten werden door Lambie compleet bedekt met lange, smalle banen tape, in alle kleuren van de regenboog. De banen volgen precies de contouren van de ruimte, ze buigen mee met de nissen, plinten en pilaren. De felgekleurde, gelinieerde patronen die ontstaan zijn hallucinerend, vaak letterlijk duizelingwekkend. De vloeren lijken te bewegen, als gevolg van de invloed die de verschillende kleuren op elkaar uitoefenen, het zwart zakt als het ware de grond in terwijl de intense, lichte kleuren juist naar boven komen. Op die manier wordt reliëf gesuggeerd en raakt het publiek gedesoriënteerd. De schilderijen met contrasterende, vibrerende kleuren en moiré-patronen (een interferentiepatroon, dat ontstaat als twee sets met lijnen over elkaar heen gelegd worden onder een iets verschillende hoek, of als zij een iets verschillende lijnafstand hebben) van bijvoorbeeld Bridget Riley en andere vertegenwoordigers van de Optical Art (Op Art) worden hier in herinnering geroepen. Het felle kleurgebruik doet vooral denken aan de Colourfield schilderijen van onder anderen Kenneth Noland en Morris Louis.

 

Behalve extreem arbeidsintensieve vloerwerken maakt Lambie eveneens zeer kleurrijke, sculpturen en installaties die met de meest uiteenlopende materialen en objecten zijn opgebouwd, van schoenen en broekriemen tot deuren, porceleinen beeldjes en allerlei muziekprullaria – die weer worden bewerkt met verf en tape. De spullen die hij gebruikt vindt hij op straat of koopt hij in tweedehands winkels. Lambie is ook muzikant en D.J. en muziek speelt een grote rol in zijn werk. Hij verwerkt elpees, platenspelers, geluidsboxen en rock T-shirts in sculpturen en installaties en verwijst met zijn titels nogal eens naar bands en songteksten. Een object dat geregeld terugkeert, is de Sonic Reducer: een betonblok die deels in de grond lijkt weggezakt en waarvan één kant een bonte rij van ruggen van elpeehoezen laat zien. In de collageserie Found Flower Paintings (2008) plakte Lambie stukken van verknipte Chinese schilderijen van bloemstillevens over posters van popiconen zoals Nick Cave en Ian Curtis.

Een ander werk dat Lambie in serie maakt en dat steeds terugkeert is de sculptuur van een tot een compact blok ineen gefrommeld metalen ridderharnas op een betonnen sokkel. Deze werken doen sterk denken aan de beelden van in elkaar geperste autowrakken van de Franse beeldhouwer César Baldaccini, vertegenwoordiger van de Franse stroming die verwant is aan de Pop Art, het Nouveau Réalisme. Ook de spiegelende aluminiumblaadjes met felgekleurde omgevouwen hoekjes zijn herkenbare elementen in Lambies oeuvre. Hij gebruikt ze in zijn installaties of bekleedt er complete wanden mee.

 

Eén constante temidden van die grote variëteit in Lambies werk is het felle kleurgebruik dat zorgt voor het sprankelende en uitbundige karakter ervan. Voor Lustwarande ’11 heeft Lambie een ongebruikelijke plek gekozen: de schuur nabij het centrum van De Oude Warande. In de opening in één van de zijmuren, waar zich normaliter het zolderluik bevindt, maakte hij een werk van concentrische kleurenbanen, Tomorrow Never Knows (2011). De titel is ontleend aan de gelijknamige Beatles song (Revolver, 1966). De kleuren van de cirkels, steeds kleiner wordend rond een middelpunt, beïnvloeden elkaar. Alleen al hierdoor wordt er diepte gesuggereerd. Omdat bezoekers niet dichtbij de installatie konden komen, bleef het echter onduidelijk of Lambies werk daadwerkelijk drie- of toch tweedimensionaal is. Desondanks werd het oog er door opgezogen.

 

Manon Braat