Huma Bhabha – Lecturer (2010)

 

Het beeld is eenvoudig te verwarren met een archeologisch object, een overblijfsel uit een antieke beschaving dat in een museum voor oudheidkunde thuishoort. De sculptuur is vaal en heeft een aangetast, ruw oppervlak, vergelijkbaar met verweerd hout. Lecturer (2010) blijkt echter van brons te zijn.

 

Huma Bhabha (1962, Pakistan, woont en werkt in Poughkeepsie, VS) groeide op in Karachi en vertrok in 1981 naar de Verenigde Staten om er een kunstopleiding te volgen. Ze maakt tekeningen, foto’s en prints maar is vooral bekend van haar sculpturen in een, hoofdzakelijk figuratief idioom, gemaakt van materialen zoals gaas, klei, bouwschuim, glasvezel en isolatiemateriaal. Deze  materialen zijn niet alleen gemakkelijk voorhanden maar reflecteren vooral ook haar geografische herkomst, Karachi, een metropool in Pakistan waar eeuwig gebouwd maar door geldgebrek bijna nooit iets voltooid wordt. Inmiddels is Bhabha’s naam internationaal gevestigd en exposeert ze wereldwijd in de grote musea.

 

In de sculpturen van Bhabha is de menselijke gestalte het centrale motief, als belichaming van het hedendaagse menselijke leven en, vooral, lijden. Want Bhabha’s figuren, lopend, zittend of geknield en voorovergebogen, zien er vaak angstaanjagend uit, met monsterlijk misvormde hoofden die het midden houden tussen buitenaardse wezens, schedels en apen. Verval, oorlog, ontheemding, het zijn vaak terugkerende motieven in haar oeuvre. Haar geboortegrond, waarnaar ze met grote regelmaat terugkeert, speelt daarbij een belangrijke rol: het roerige Midden-Oosten waar verwoesting aan de orde van de dag is.

 

Bhabha’s vaak levensgrote gestalten lijken half vergaan of beschadigd te zijn, maar dat is bedrieglijk. Bhabha bouwt ze heel zorgvuldig op, met goedkope bouwmaterialen en eenvoudige assemblagetechnieken zodat het handwerk en de constructie zichtbaar zijn. Wat het beeld verbeeldt of symboliseert als het eenmaal af is, is tijdens het maakproces nog onvoorzien. De kunstenaar heeft nooit een vooraf opgezet plan en vertelt geen specifiek verhaal. Het feit dat je als toeschouwer ziet hoe het werk is gemaakt belet bovendien het idee van een vaststaande betekenis en moedigt juist aan tot associëren. En de associaties zijn uitzonderlijk talrijk. Haar werk refereert niet alleen aan recente, modernistische voorgangers – het roept Giacometti en Picasso in herinnering – en zelfs niet alleen aan de complete westerse beeldhouwkunst, maar eveneens aan Egyptische votiefbeelden, Romeinse grafmonumenten, Afrikaanse houtsnijkunst, Haïtiaanse voodookunst, middeleeuwse relieken, Indiaanse totems etc.. Bhabha maakt gebruik van al die eeuwenoude voorbeelden van de mens om zijn evenbeeld te creëren, om een gevoel uit te drukken over haar eigen tijd. Dat zij – en wij – kennis hebben van die beeldhouwgeschiedenis is te danken aan de onverwoestbaarheid van de destijds gebruikte materialen. Des te opmerkelijk is het daarom dat Bhabha juist meestal gebruik maakt zeer fragiele, vergankelijke materialen. Gezien de grimmige uitstraling ervan, kan het haast niet anders dan dat haar werken de versnelling van het verval reflecteren. De Apocalyps komt snel dichterbij.

 

Toch werkt ze sinds een aantal jaren ook in brons, vanwege het grote contrasterende effect. Zo is Lecturer in ‘eeuwig brons’ gegoten maar voorspelt desondanks niet veel goeds. De gestalte heeft een boosaardige uitdrukking, versterkt door de twee diepe groeven in het gelaat. Het zou een totem kunnen zijn, maar je kunt er van alles in zien, zeker als je het vanuit verschillende hoeken bekijkt. Dat komt ook omdat Bhabha haar sculpturen bewust zo maakt dat elke kant er zó anders uitziet dat het niet bij hetzelfde beeld lijkt te horen. In de traditie van de klassieke sculptuur dwingt Bhabha de toeschouwer om rond haar beelden heen te lopen. Pas dan geven betekenissen zich prijs.

 

Manon Braat