Anselm Reyle – Venus (2011)

 

In de Oude Warande staat een Venus van Milo. Met felgekleurde en glimmende spuitverf bewerkt, lijkt de klassieke Griekse sculptuur de tand des tijds en graffitispuitende jongeren maar net te hebben doorstaan. Het is nu niet langer het ideaalbeeld voor de klassieke beeldhouwkunst dat in het Louvre thuis hoort, maar een vergeten beeld dat verloren in het park staat. In zijn herbewerking van één van de hoogtepunten uit de beeldhouwkunst balanceert Anselm Reyle (Tübingen, 1970, woont en werkt in Berlijn) op de grenzen van kitsch en cliché. Het zijn termen die niet voor niets herhaaldelijk gepaard gaan met Reyle’s sculpturen, schilderijen en reliëfs. Een baal stro wordt bewerkt met een zilveren, glanzende laklaag; een wiel van een hooiwagen wordt aan de muur bevestigd met een blauwig neonlicht erachter; uitvergrote toeristische Afrikaanse maskers krijgen een felgekleurde, chromen afwerking; glimmend plastic folie wordt ingezet voor schilderachtige reliëfs.

 

Het is slechts een kleine greep uit het inmiddels immense oeuvre van Reyle, waar niet-traditionele materialen, gevonden objecten, maar ook de nalatenschap van het Modernisme samenkomen. Zo waren het de abstracte ‘foliewerken’ die Reyle internationale faam brachten. Fel gekleurde plastic folie wordt vervouwen tot een monochroom beeld, of in stroken van bijvoorbeeld paars, groen en geel naast elkaar, in perspex vitrines geplaatst. Door het materiaalgebruik ontstaat een verleidelijk visueel spel van lichtreflecties, terwijl de behuizing juist een duidelijke afstand creëert. De directe verwijzingen naar het Modernisme van zelfreflectieve monochrome schilderijen en Colour Field Painting, krijgen hier een Pop Art-achtige futuristische hightech draai.

 

Zoals Reyle de bestaande schilderstijlen inzet voor zijn reliëfs, vormen modernistische sculpturale motieven het uitgangspunt voor zijn driedimensionale werken. Ook het werk dat Reyle voor Lustwarande ‘11 presenteerde speelt met deze geschiedenis en populaire smaak. Het was Johann Joachim Winckelmann, die in de achttiende eeuw de klassieke beeldhouwkunst als ideaalbeeld onder de aandacht bracht en een plek gaf in de Europese kunstgeschiedenis. Maar waar Winckelmann de zogenaamde ‘nobele eenvoud en stille grandeur’ benadrukte van de klassieke Griekse beeldhouwkunst, lijkt Reyle deze stijl juist te ontdoen van zijn geschiedenis en in te zetten als een decoratief rekwisiet dat vandaag de dag in de populaire smaak is opgenomen. Niet alleen is de Venus van Milo in menig souvenirwinkel terug te vinden, ook diende deze sculptuur als inspiratiebron voor kunstenaars als Man Ray en Salvador Dali. In Dali’s versie wordt het onderbewuste verbeeld in de vorm van enkele laden die uit de sculptuur steken. Het enige wat ons scheidde van de onoverwinnelijke Grieken, zo stelde Dali, was Sigmund Freud die liet zien hoe lichaam en geest vol geheime laden zitten, die alleen door de psychoanalyse geopend kunnen worden. Voor Reyle is het onze eigen cultuurgeschiedenis die doordrongen is van geheimen. Het hergebruik van bestaande motieven zijn voor de kunstenaar niet zozeer een ironische kanttekening bij de hedendaagse kunstproductie, maar een serieuze interesse in de mogelijkheden van deze, in de populaire cultuur opgenomen, vormen. Voor Reyle zijn kitsch en cliché een onuitputtelijke bron voor de hedendaagse kunstwereld.
Laurie Cluitmans