Aaron Curry – VVirgins (2011)

 

Van een afstand vallen de sculpturen van Aaron Curry (1972, San Antonio, Texas, woont en werkt in Los Angeles) het meest op door hun vormentaal. Die is uiterst herkenbaar ontleend aan 20e eeuwse Modernistische stromingen in de kunst. Soms doet het werk van Curry denken aan Picasso, andere keren aan Henry Moore, dan weer aan de Art Brut van Dubuffet. Maar ook vertonen de sculpturen gelijkenis met de surrealistische abstracties van bijvoorbeeld Tanguy, Arp, Max Ernst en Joan Miró.

 

Van dichtbij wordt echter de unieke werkwijze van Curry zichtbaar. Zijn driedimensionale sculpturen zijn opgebouwd uit platte stukken hout of metaal, die in elkaar loodrecht kruisende hoeken met elkaar verbonden zijn. Die platte delen zijn losjes geïnspireerd op vormen van levende wezens, en profil, waardoor het net menselijke of dierlijke silhouetten lijken.

De sculpturen zien er zeer onstabiel uit. Dat komt omdat de losse onderdelen heel precies in elkaar geschoven zijn, zonder dat daar schroeven of klemmen aan te pas zijn gekomen. Het is de zorgvuldige verdeling van het gewicht die de zwaartekracht trotseert en de sculptuur in evenwicht houdt, een kwaliteit van Currys kunst die is ontleend aan de sculpturen van de Amerikaanse beeldhouwer Alexander Calder. Het Modernistisch idioom waarop Currys vormentaal is gebaseerd, wordt gecombineerd met referenties aan de populaire cultuur: stripboeken, reclame, science fiction, Walt Disney, Star Trek.

 

Omdat Curry met platte silhouetvormen werkt, is het onmogelijk te voorzien hoe de vormen er frontaal uitzien, daar alleen het snijvlak zichtbaar is vanuit een bepaald oogpunt. Daarom lijken de sculpturen, van verschillende kanten bezien, compleet van gedaante te verwisselen. The scarecrow’s wife (2009) heeft van voren het meest weg van een futuristische staande figuur met vleugels maar van opzij lijkt het beeld op vier visjes die in een rijtje boven elkaar zwemmen. Curry streeft bewust naar deze interactie met zijn werk: je moet eromheen lopen om alle verschijningsvormen te kunnen waarnemen.

 

In al zijn werk – behalve ruimtelijke sculpturen maakt Curry ook collages en sculpturen die bestaan uit één plat stuk hout of metaal dat tegen de wand staat – zit die combinatie van heden en verleden. Zijn beelden bewerkt hij met spuitverf, soms met min of meer figuratieve voorstellingen, soms met tags en andere tekens uit de graffititaal, recentelijk vaak ook met monochrome poedercoatings, en meestal in hyperfelle kleuren zoals zuurstokroze, fluorescerend geel of neonblauw. Tevens wordt het oppervlak voorzien van signatuur en datum.

 

Speciaal voor Lustwarande ‘11 heeft Curry een relatief eenvoudige sculptuur gemaakt die bestaat uit een centraal beeld en een kleiner los element, VVirgins (2011). De centrale, neonrode figuur heeft drie poten op de grond, als een T-splitsing. Bovenop de driepoot is een vierkanten paneel bevestigd zodat de sculptuur van bovenaf bezien een perfect symmetrisch kruis is. Frontaal lijkt het werk nog het meest op een poort en van de zijkant doet het denken aan een geometrische dierfiguur, met grote kop en staart tot op de grond. De hoge smalle neonoranje figuur die in de buurt van de centrale sculptuur is geplaatst, oogt een beetje als een mensenhoofd op een lange nek. Door de kleuren heeft ook dit werk duidelijke verwijzingen naar Calder, die veel sculpturen maakte in rood en oranje.

 

Manon Braat