023.LUSTWARANDE-2015-WILLIAM-TUCKER-PH.GJ  024.LUSTWARANDE-2015-WILLIAM-TUCKER-PH.GJ  026.LUSTWARANDE-2015-WILLIAM-TUCKER-PH.GJ 

courtesy William Tucker & Pangolin London
fotografie Gert Jan van Rooij
 
William Tucker – Leonidas (2014)
 
In de spraakmakende groepstentoonstelling ‘New Generation’ (1965, Whitechapel Gallery, Londen) wordt het werk van de Brits-Amerikaanse kunstenaar William Tucker (1935, Cairo, Egypte, woont en werkt in Williamsburg, Massachusetts) gepresenteerd als onderdeel van de nieuwe abstractie in de beeldhouwkunst. Tuckers fel gekleurde sculpturale constructies van industriële materialen zoals glasvezel en metaal dragen bij aan de ontwikkeling van een nieuwe vormentaal in de jaren ’60. De conceptuele werken markeren een belangrijke breuk met de traditie van de figuratieve beeldhouwkunst wat het materiaalgebruik, de vorm en de plaatsing van de werken betreft: direct op de grond, zonder tussenkomst van een voetstuk.
 
In de jaren ’70 ontwikkelt Tucker architectonische sculpturen, waaronder de series Shuttler en Porte: open, geometrische werken die zijn vervaardigd van hout of staal. Vanaf de jaren ’80 begint de kunstenaar te experimenteren met de schaal van zijn werk, waarvan de grote houten sculptuur The House of the Hanged Man (1981) een voorbeeld is. Deze periode markeert bovendien het begin van zijn interesse in het gebruik van traditionele materialen en technieken om sculpturen in een abstract-figuratieve stijl te ontwikkelen. Zijn beelden creëren niet langer louter de suggestie van ruimte, maar benadrukken hun massa en volume. Deze twee kenmerken karakteriseren het oeuvre van Tucker vanaf dat moment.
 
Tuckers bezoek aan de Bronzen van Riace in 1981 – twee levensgrote Griekse krijgerssculpturen uit de 5e eeuw v.Chr. die in Italië geëxposeerd worden – inspireert hem om de relatie tussen figuratieve en abstracte sculptuur verder te onderzoeken. De gedetailleerde, verfijnde Griekse beelden staan in scherp contrast met de grove bronzen sculpturen die Tucker vervaardigt en waarin hij de grens tussen figuratie en abstractie tart. Ook de monumentale sculptuur die Tucker tijdens Lustwarande ’15 toonde, Leonidas (2014), is een abstracte vorm met figuratieve kenmerken. En profil verbeeldt het werk een torso en de dijbenen van een gehavende mannenfiguur, tegelijkertijd stelt het beeld, en face, een reusachtige voet voor. Leonidas verwijst net als veel van Tuckers titels naar mythologische of literaire figuren: het werk refereert aan de beeldhouwer Leonidas Allori, een personage in een verhaal uit Last Tales (1955) Isak Dinesen over het dilemma van lust en de beroering van het verliezen van een geliefde.
 
Evenals Rodin (1840-1917) heeft Tucker interesse in de expressieve weergave van (uitvergrote) fragmenten van het menselijke lichaam, zoals hoofden, handen en voeten. In tegenstelling tot Rodin modelleert Tucker direct in gips om sculpturen te ontwikkelen die als het ware intuïtief en organisch in een herkenbare vorm resulteren. Door zijn vorm en omvang oogt Leonidas afstandelijk maar in feite is het werk uitgesproken persoonlijk: het gefragmenteerde lichaam bevat zichtbaar de sporen van de handen van de kunstenaar – net als de fragiele mensfiguren van de beeldhouwer Giacometti (1901-1966). Het rusteloze oppervlak van Leonidas toont de levendigheid in een abstract beeld, dat zowel de kracht van het menselijk lichaam als zijn pijnlijke naaktheid uitdraagt.
 
Claire van Els